Het Academiehuis Grote Kerk Zwolle
‘Een verduurzaming in dienst van haar nieuwe functie’
De laatste restauratie van de Sint-Michaëlskerk was alweer 145 jaar geleden. Gevolg: vloeren waren verzakt (wel 15 centimeter), muren en gewelven vertoonden scheuren en ga zo maar door. In de afgelopen jaren werd er daarom opnieuw intensief gerestaureerd. Maar niet alleen dat: er is van de gelegenheid gebruik gemaakt om ook een verduurzaming en vooral een herinrichting te realiseren. Want wat is het geval? Tot aan de beeldenstorm van 1580 fungeerde de kerk als een overdekt binnenplein, waar burgers bij elkaar kwamen om de dag door te nemen – en misschien ook wel de politiek. De herinrichting moest deze openbare functie aan de stad teruggeven. Daarbij kreeg het gebouw een nieuwe naam: Academiehuis Grote Kerk Zwolle. Eigenlijk is er dus sprake van een soort ‘dubbele restauratie’: fysiek en functioneel.

Wie lang niet in Zwolle is geweest, moet er maar gauw heen. Het resultaat mag er zijn. Het Academiehuis is omgeven door horeca, en wie dat even wil ontvluchten kan dan van twee kanten het gebouw inlopen. Daar wacht een nieuw, multifunctioneel binnenplein. Een grote, verstilde zaal die toch een zekere gezelligheid kent. Zo is er is bijvoorbeeld een café en een permanente boekenmarkt. Maar ook de doordachte ledverlichting draagt zeker bij aan de sacrale, maar tegelijkertijd intieme sfeer.
Teamwork
‘Succes kent vele vaders’, zegt een spreekwoord – maar dat is in dit geval echt zo. Nadat er door Van Hoogevest Architecten (Amersfoort) een masterplan voor de herinrichting was gemaakt, nam Buro STIEL (Elburg) de regie in 2020 over. STIEL was vanaf dat moment de kapitein op het schip, dat bemand werd door vooral lokale en regionale specialisten. Afhankelijk van het ‘kavel’, het deelproject, werkten zij in wisselende teams samen. Dan ging het bijvoorbeeld om de restauratie van gewelven en gotische schilderingen, om de reparatie van het stucwerk, van voegen en steunberen, het herstel van de houten kapconstructie of een paar honderd meter dakgoot die vervangen moest worden.

Jos Snoek, projectleider bij STIEL: “Ook de twaalf meter hoge preekstoel was er ernstig aan toe. De eikenhouten poot waar het gevaarte op rust, was bijvoorbeeld compleet weggevreten. Er zijn daarvoor zelfs twee stalen buispalen geheid, onder de kuip van die stoel.”
Er is sprake van een soort ‘dubbele restauratie’: fysiek en functioneel
Een van de betrokken specialisten was Breman Utiliteit (Zwolle), verantwoordelijk voor de uitvoering van het verduurzamingsplan. “Er werd met de andere teamleiders regelmatig en ad hoc overlegd”, zegt Erwin van der Wal, projectleider modificatie bij Breman. “Een monument is geen rijtjeshuis, je komt voortdurend iets tegen waar je als interdisciplinair team een oplossing voor moet vinden.” Snoek bevestigt dat beeld: “Hele korte lijntjes inderdaad, ook naar de opdrachtgever. En met de overheden niet te vergeten, de gemeente Zwolle en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.”

Exploitatie
Maar het begon dus met een masterplan, een toekomstvisie, die moest leiden tot het herstel van de oorspronkelijke, openbare multifunctionaliteit. Snoek zegt daar achteraf over: “Het was niet zo dat het in beton gegoten was. Geen tienjarenplan dat exact voorschrijft wat we moeten doen en laten. Het was richtinggevend. Een levend document, zou je kunnen zeggen.” De centrale vraag erin was: wat is er nog meer nodig, naast de restauratie, om het gebouw weer aan de praat te krijgen? Hoe krijgen we het publiek binnen dat de gewenste ‘pleinfunctie’ daadwerkelijk inhoud geeft en – cruciaal – meteen voor omzet zorgt? “Vaak wordt eerst de schil van zo’n gebouw in orde gemaakt en wordt pas dan naar een mogelijke functie gekeken. Hier was het dus andersom. Het exploitatievraagstuk was leidend. Want mede op basis van die gelden kun je een deel van de restauratiebegroting financieren en het gebouw daarna structureel onderhouden.”

Tijdslaag
‘Uitnodigend zijn’ was dus belangrijk. De beide entreeportalen werden voorzien van staal en glas, een moderne uitstraling. Snoek: “Dat is onderdeel van de nieuwe, zichtbare tijdslaag.”
Onder restauratoren bestond lange tijd de consensus, dat veranderingen aan een monument zo veel mogelijk moeten aansluiten bij de bestaande stijl of materialen, althans niet conflicterend zouden moeten zijn. In die rigide opvatting komt langzamerhand wat ruimte.

Andere voorbeelden van de nieuwe tijdslaag zijn de moderne toiletgroep in de gerenoveerde, voormalige stookkelder en het café in het zuidkoor. “Allemaal strakke lijnen, die zijn heel duidelijk hedendaags”, zegt Snoek. “Maar qua kleurgebruik harmonieert het nog steeds met de overige materialen en afwerkingen in de ruimte. Er is dus zeker niet expres gezocht naar een groot contrast.”
Verwarming
Om een plein te krijgen, moesten de kerkbanken eruit. Het hout van de banken die werden verwijderd is hergebruikt voor het maken van nieuwe meubels, waaronder een grote berging en het café in het zuidkoor. Na het verwijderen van de banken ontstond meteen de kans om de verzakte vloer open te leggen, voor vloerverwarming. Van der Wal: “Dat was mooi om mee te maken. Alle grafzerken nummeren om ze op dezelfde plaats terug te kunnen krijgen, en alle botjes ook! Maar dat maakt ons vak leuk.” Snoek: “Alleen al uit dit deelproject blijkt hoe de verschillende disciplines samenwerken. Voor ons is er dan een coördinerende rol om alle belangen aan elkaar te rijgen. Want de opdrachtgever heeft een belang, de archeoloog ook, de installateur en de aannemer.”
De verwijderde banken waren voorzien van verwarming, iets wat in kerken vaker voorkomt. Snoek: “De capaciteit die daardoor verloren ging, is in de vloer gestopt. Een duurzame oplossing waarmee het binnenplein continu op 20 graden gehouden kan worden.” De vloer werd overigens niet geïsoleerd. Daarvoor waren twee redenen: respect voor de archeologische bodemlaag en praktisch: er is (relatief) weinig energieverlies naar beneden toe.
Vaak wordt eerst de schil van zo’n gebouw in orde gemaakt en wordt pas dan naar een mogelijke functie gekeken. Hier was het andersom.
“Qua verwarming is de vloer inderdaad de basis“, vult Van der Wal aan. “Daarnaast sturen vijf Remeha-ketels de CV aan. Samen zijn ze goed voorcirca 500 kW. De radiatoren zijn vooral belangrijk om de koudeval van enorme ramen tegen te gaan.“ Het café is voorzien van stralingspanelen. “Ook erg duurzaam”, zegt Van der Wal. ”Want daarmee verwarm je mensen, en niet onnodig een hoge ruimte erboven.“ Breman heeft het gebouw voorzien van een remote beheersysteem, waarmee zones gemanaged kunnen worden. “Dus alleen waar iets gebeurt, een muziekuitvoering bijvoorbeeld, daar verlicht en verwarm je.”

PV-installatie
In het verduurzamingsplan was de plaatsing van zonnepanelen opgenomen. Een unieke operatie, voor zo’n groot monumentaal gebouw met een leien dak. Hoewel de kerk drie beuken heeft en dus drie daken, werd er maar één benut: het zuidelijke dakvlak van een noordbeuk. “Ze mogen namelijk niet in het zicht liggen”, vertelt Snoek. “Niet vanaf de straat en niet vanaf een ander hoog gebouw in de omgeving”. Van der Wal: “Tja, hoe checkten we dat? We staken lange panlatten, waaraan vlaggetjes bevestigd waren, omhoog. En dan maar kijken of je vanaf de straat of een gebouw een vlaggetje ziet. Zo hebben we het installatievlak gemarkeerd. Nee, niet alles gaat hightech.”

Maar het leggen van de glaspanelen – 76 werden het er uiteindelijk – was niet zo grappig. Ophangbeugeltjes monteren in de leibedekking en netjes waterdicht afdekken met lood is een vak apart. Maatwerk was het, stuk voor stuk.
Er was nog een andere reden om het aantal panelen te beperken: netcongestie. Enexis staat namelijk geen teruglevering toe in de binnenstad. Te veel vermogen op het dak zou betekenen dat op zonnige dagen een deel van de installatie uitgeschakeld moet worden. Van der Wal: “Nee, er staat nog geen batterij. Dat is momenteel in onderzoek.”
Als de warmtepompen er komen, verwachten we dat er ongeveer 10.000 kuub gas bespaard wordt.
Hoe dan ook, met deze 76 panelen wordt het elektraverbruik van de warmtepompen (die naar verwachting binnenkort geplaatst worden) zo veel mogelijk gecompenseerd. En als die warmtepompen er inderdaad komen, is de verwachting dat daarmee ongeveer 10.000 kuub gas bespaard wordt.

“Een monument restaureren en verduurzamen is mooi en dankbaar werk”, besluit Snoek. “Het begint met de waardering van hetgeen onze voorouders achtergelaten hebben. Het eindresultaat is dat elk jaar zo’n 180.000 mensen het Academiehuis zullen bezoeken. Voor een boek, een concert of zo maar, omdat het zo’n bijzonder gebouw is.”
Wie het met eigen ogen wil zien: Academiehuis Grote Kerk, Grote Markt 18 Zwolle, www.academiehuis.nl.
