Markt warmtepompen groeit
TEKST: GERRIT TENKINK/ DUTCH NEW ENERGY
In 2025 werden in Nederland circa 136.000 warmtepompen verkocht, een stijging ten opzichte van 125.000 in 2024. Daarmee lijkt de markt zich te herstellen na eerdere dipjes. Toch is de toekomst allesbehalve zeker. Voor 2026 lopen de prognoses sterk uiteen: van 106.000 tot 216.000 verkochte systemen, met een middenscenario van ongeveer 157.000. De all-electric systemen groeide naar 86.000 systemen. De hybride systemen lieten een lichte daling zien naar 43.000 systemen in 2025.
Deze daling is opvallend, omdat de beleidsfocus juist op de hybride warmtepomp ligt en de overheid nog steeds vasthoudt aan de plaatsing van 1 miljoen hybride warmtepompen in de bestaande bouw tegen 2030. Deze brede bandbreedte illustreert hoe gevoelig de markt is geworden voor externe factoren. Energieprijzen, geopolitieke ontwikkelingen en overheidsbeleid spelen een steeds grotere rol. Ook netcongestie – de beperkte capaciteit van het elektriciteitsnet – vormt een belangrijke rem op verdere groei. “Groei van de warmtepompmarkt is nog geen vanzelfsprekendheid, maar het resultaat van een complex samenspel van technologie, beleid en marktomstandigheden”, licht hoofdonderzoeker van DNE Hrvoje Medarac toe.

Kleinere systemen
Opvallend is dat het totale geïnstalleerde vermogen van warmtepompen minder hard groeit dan het aantal installaties. In 2025 werd ongeveer 1.017 megawatt (MW) aan vermogen toegevoegd, iets minder dan de 1.054 MW in 2024. Dit wijst erop dat gemiddeld kleinere systemen worden geplaatst. Toch blijft de langetermijntrend positief. Het totale geïnstalleerde vermogen groeide van 6,9 gigawatt (GW) in 2024 naar 7,8 GW in 2025 en kan oplopen tot circa 8,9 GW in 2026. Daarmee zet de elektrificatie van de gebouwde omgeving gestaag door.
Airco’s spelen onverwachte rol
Een opvallende ontwikkeling is de rol van airconditioners in de energietransitie. In Nederland zijn inmiddels circa 2,2 miljoen airco’s geïnstalleerd, waarvan een groot deel ook wordt gebruikt om te verwarmen. Onderzoek laat zien dat tot 85 procent van de huishoudens met een airco deze inzet voor verwarming. In sommige gevallen fungeert het apparaat zelfs als hoofdverwarming. Daarmee groeit het aantal woningen met een vorm van elektrische verwarming naar circa 2,6 miljoen. Dit is ongeveer 31 procent van het totaal. Dit verandert het perspectief op de energietransitie aanzienlijk. Waar warmtepompen vaak centraal staan in beleid, blijkt dat andere technologieën al een grote bijdrage leveren.
Subsidies
De groei van warmtepompen wordt sterk ondersteund door subsidies. In 2025 werden 123.000 aanvragen goedgekeurd binnen de ISDE-regeling, een stijging van 17 procent ten opzichte van 2024. Opvallend is dat het merendeel van deze subsidies naar particuliere huishoudens gaat (73 procent), terwijl de zakelijke markt sneller groeit. Voor 2026 is opnieuw 500 miljoen euro beschikbaar voor verduurzamingsmaatregelen, waaronder warmtepompen. Deze financiële ondersteuning blijkt essentieel voor de adoptie van de technologie. Zonder subsidies zou de groei aanzienlijk lager liggen.

Regionale verschillen
De verspreiding van warmtepompen in Nederland is ongelijk. In absolute aantallen domineren dichtbevolkte provincies zoals Noord-Brabant, Zuid-Holland en Noord-Holland. Maar relatief gezien, per huishouden, lopen juist minder dichtbevolkte regio’s voorop. Gemeenten als Tubbergen en Drechterland hebben een veel hogere adoptiegraad dan grote steden als Amsterdam of Rotterdam. Dit wijst erop dat lokale factoren, zoals woningtype en beschikbare ruimte, een grote rol spelen.
Nederland blijft achter
Ook in Europees perspectief groeit de warmtepompmarkt. In 2025 steeg de verkoop in veel landen, met sterke groei in Duitsland en Denemarken. In totaal werden in zestien Europese landen 2,63 miljoen systemen verkocht, een stijging van 11 procent. Toch blijft Nederland achter bij koplopers. Waar Noorwegen 66 warmtepompen per 100 huishoudens heeft, komt Nederland niet verder dan ongeveer 10. Dit laat zien dat er nog aanzienlijke groeipotentie is. Wereldwijd blijft de warmtepompmarkt stabiel, met China en de Verenigde Staten als grootste spelers. China alleen al is goed voor meer dan een derde van alle installaties wereldwijd. Voor de komende jaren wordt echter sterke groei verwacht, mede door klimaatbeleid en stijgende energieprijzen. Europa zal hierin een belangrijke rol spelen, al blijft de afhankelijkheid van import, vooral uit China, groot.
Integratie als uitdaging
De belangrijkste conclusie uit het rapport is dat de warmtepomp niet langer een op zichzelf staand product is, maar onderdeel van een breder energiesysteem. De uitdaging ligt niet alleen in verdere groei, maar vooral in integratie. Hoe worden warmtepompen gecombineerd met zonnepanelen, batterijen en slimme netwerken? En hoe wordt het elektriciteitsnet geschikt gemaakt voor deze toenemende vraag? De antwoorden op deze vragen bepalen in grote mate hoe snel de energietransitie in Nederland zal verlopen. Een belangrijke rol bij het beantwoorden van die vragen ligt bij de installateur die zich steeds meer zal moeten gaan opstellen als systeeemdenker, ontwerper en adviseur. (zie kadertekst)
De installateur: van monteur naar systeemdenker, ontwerper en adviseur
De rol van de installateur bij het plaatsen van warmtepompen is de afgelopen jaren sterk veranderd. Waar het vroeger vooral ging om het plaatsen van een cv-ketel, vraagt de installatie van een warmtepomp om een veel bredere en technisch complexere aanpak. Volgens het Nationaal Warmtepomp Trendrapport 2026 van Dutch New Energy Research heeft de installateur tegenwoordig een sleutelrol in de energietransitie en daarmee ook bij het adviseren rondom de plaatsing van de warmtepomp.
Een warmtepomp werkt alleen optimaal als het hele systeem in balans is. Dat betekent dat de installateur niet alleen het apparaat plaatst, maar het volledige verwarmingssysteem beoordeelt: isolatie, afgiftesysteem (zoals vloerverwarming of radiatoren), ventilatie en soms zelfs de energieopwekking via zonnepanelen. De installateur wordt daarmee steeds meer een adviseur die een totaaloplossing ontwerpt in plaats van alleen een product installeert.
Warmtepompen zijn gevoeliger voor ontwerp- en installatiefouten dan traditionele verwarmingssystemen. Zaken als waterkwaliteit, juiste dimensionering en afstemming van componenten zijn cruciaal. Vervuiling in het systeem, zoals roest of slib, kan de prestaties flink verminderen. Daarom moet de installateur beschikken over diepgaande technische kennis en zorgvuldig werken om storingen en rendementsverlies te voorkomen.
Nieuwe regelgeving en certificering
De rol van de installateur wordt ook beïnvloed door strengere regelgeving. Sinds september 2025 is certificering verplicht voor iedereen die werkt met natuurlijke koudemiddelen zoals propaan (R290). Installateurs moeten aantoonbaar beschikken over de juiste kennis en vaardigheden via specifieke certificaten (zoals A1/A2 of B/C). Dit verhoogt de veiligheid, maar stelt ook hogere eisen aan opleiding en bijscholing. Installateurs staan letterlijk op het snijvlak van beleid en uitvoering. Subsidies zoals de ISDE-regeling en veranderende wetgeving bepalen mede welke systemen worden gekozen. Tegelijkertijd moeten installateurs deze regels vertalen naar praktische oplossingen voor woningen en gebouwen. Hun advies heeft daardoor directe invloed op de keuzes van consumenten en bedrijven.
Netcongestie en integratie
Een nieuwe uitdaging is de integratie van warmtepompen in een overbelast elektriciteitsnet. Installateurs moeten steeds vaker rekening houden met netcapaciteit en slimme oplossingen toepassen, zoals hybride systemen, de combinatie met thuisbatterijen en de slimme aansturing van energieverbruik. Hiermee worden ze een belangrijke speler in het bredere energiesysteem, niet alleen in de installatie zelf.
Veranderend werkveld
De groei van de warmtepompmarkt zorgt voor een toenemende vraag naar gekwalificeerde installateurs. Tegelijkertijd is sprake van personeelstekorten en moeten monteurs worden omgeschoold. Het werk verandert inhoudelijk: minder routinematig, meer specialistisch en kennisintensief. Dit vraagt om continue training en samenwerking binnen de sector.
—————————————————–
