Technieksector blijft krachtig groeien
Voor voorzitter Mark Harbers komen de cijfers niet als een verrassing. “Het belang van techniek neemt alleen maar toe. De verwachting is dat de groei de komende jaren onverminderd doorgaat. Niet alleen in de woningbouw en utiliteit, maar ook in de industrie en infratechniek. De technieksector is onmisbaar bij het oplossen van grote maatschappelijke opgaven zoals de energietransitie, netcongestie, verduurzaming van de gebouwde omgeving, de laadinfrastructuur voor elektrische auto’s en de watertransitie.”
Meer werkenden en hogere productiviteit
Het aantal werkenden in de technieksector nam toe van 190.000 in 2023 naar bijna 195.000 in 2024, een stijging van 2,5 procent. Sinds 2018 is het aantal werkenden met bijna 22 procent gegroeid.
De productie per FTE steeg van 186.000 euro in 2023 naar 195.136 euro in 2024, een toename van 5 procent. Sinds 2020 groeit de arbeidsproductiviteit gemiddeld met 2,5 procent per jaar.
Instroom blijft cruciaal
Volgens Harbers ligt er voor de sector een blijvende uitdaging in het aantrekken en behouden van voldoende technische vakmensen. “De sector heeft een enorme groeipotentie. Om die te benutten moeten we jongeren en zij-instromers enthousiast blijven maken voor een loopbaan in de techniek. Tegelijkertijd kunnen innovaties zoals AI, robotisering en industrieel produceren helpen om repeterend werk en administratieve taken te verminderen. Vakmensen kunnen zich dan nóg meer richten op hun specialisme.’
Utiliteitsbouw grootste markt
Bijna de helft van de omzet (47 procent) in de technische installatiebranche wordt gerealiseerd in de utiliteitsbouw. De woningbouw is goed voor 28 procent van de omzet, gevolgd door de industrie (13 procent) en infrastructuur (12 procent). De omzetverdeling naar discipline laat zien dat elektrotechniek met 54 procent het grootste aandeel heeft, gevolgd door klimaattechniek (33 procent), sanitairtechniek (10 procent) en overige installatiewerkzaamheden (3 procent).
42 Procent van de totale brancheomzet is in handen van 53 bedrijven. Kleine bedrijven met minder dan 25 fte zijn goed voor 29 procent van de omzet, middelgrote bedrijven (25–250 fte) voor 26 procent. Zzp’ers dragen 3 procent bij aan de totale omzet.
