Productie en prognose woningnieuwbouw naar woningtype t/m 2028
woningnieuwbouw t/m 2028
In 2026 verwachten we dat de woningnieuwbouwproductie groeit met 3,7%, deze groei vertraagt iets in 2027 en 2028 met groeipercentages van respectievelijk 2,3% en 2,1%. Daarmee zouden er in 2028 zo’n 74.500 woningen via nieuwbouw aan de voorraad worden toegevoegd. Dit is vergelijkbaar met de laatste piek in de productie van 2021-2022.
De door Yder verwachte groei zit met name in de oplevering van appartementen. Daarbij neemt het aandeel woningen in appartementsgebouwen met meer dan 50 woningen toe. Waar in 2025 nog 27,6% van de nieuw opgeleverde woningen een appartement in een groot appartementsgebouw was, is dit in 2028 naar verwachting 30,2%. Een groot contrast met de woningbouw van 20 jaar terug.
Figuur: Nieuwbouwproductie en -prognose naar woningtype in Nederland (aantal woningen)
| Nederland | 2022 | 2023 | 2024 | 2025 | 2026* | 2027* | 2028* |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Vrijstaand | 10.529 | 9.975 | 7.745 | 7.355 | 7.800 | 8.000 | 8.000 |
| 2^1-kap | 5.713 | 5.252 | 3.779 | 4.268 | 4.600 | 4.400 | 4.250 |
| Rijwoning | 19.837 | 20.119 | 17.278 | 18.693 | 18.700 | 18.800 | 19.250 |
| Appartement tot 50 woningen | 18.634 | 19.419 | 18.710 | 19.492 | 19.550 | 20.000 | 20.500 |
| Appartement vanaf 50 woningen | 18.705 | 18.200 | 21.762 | 19.009 | 20.725 | 21.800 | 22.500 |
| Totaal | 73.418 | 72.965 | 69.274 | 68.817 | 71.375 | 73.000 | 74.500 |
Bron: berekening Yder, op basis van BAG (Kadaster), CBS, ABF Research/woningbouwplannenkaart, 2026. * = prognose
Verschuiving in nieuwbouwproductie van invloed op (elektro)installatie
Deze verschuiving in de nieuwbouwproductie is van grote invloed op de gehanteerde bouwmethoden en de gebruikte materialen. Een ander direct gevolg is de toename van de zogeheten installatiequote, het aandeel van de bouwkosten dat bestemd is voor installaties. In de afgelopen jaren is deze onder andere toegenomen door een afname van het gemiddelde bouwvolume van nieuwbouwwoningen. Wanneer er kleinere woningen gebouwd worden, neemt het materiaalgebruik doorgaans sterker af dan de aanwezigheid van installaties. In meergezinswoningen, al jaren een groeimarkt, worden bovendien vaak extra installaties toegepast, bijvoorbeeld vanwege veiligheid, gebouwbeheer of toegankelijkheid.
Rol van elektra in woningbouw verandert
Elektrificatie is een van de grote drijfveren van de verandering van ons energiesysteem. En de invloed op installaties in woningen is significant. Zo zorgt de uitbreiding van installaties die in woningen aanwezig zijn voor een hogere installatiequote. Steeds meer nieuwbouwwoningen worden uitgerust met PV-panelen, warmtepompen (of stadsverwarming), laadpalen, grotere installatiekasten, etc.

Het afgelopen decennia groeide het aandeel van het installatiesegment klimaat sterk onder invloed van de toename van warmtepompen (en airco’s). Ook het elektrasegment groeide mee, niet in de laatste plaats omdat elektra een verbindende rol heeft in het energiehuishouden. Inmiddels lijkt de groei van elektra sneller te gaan dan die van klimaat. Dit heeft onder andere te maken met de afbouw van de salderingsregeling, waardoor huishoudens met pv-panelen opzoek gaan naar manieren om hun eigen opbrengst beter te benutten. Dit gebeurt middels batterijopslag, maar ook door de optimalisatie van verbruiksmomenten. In deze ontwikkeling speelt de verdere integratie van intelligente systemen, zoals HEMS, een rol. Dit soort oplossingen biedt consumenten bovendien de mogelijkheid zich op de energiemarkt te begeven.
Naast deze factoren die voor financiële prikkels voor de eindgebruiker in de bestaande bouw zorgen, zijn er beleidsplannen die de installatie van batterijopslag in nieuwbouw bevorderen.
Zo is er het voornemen de opslag van energie (in de vorm van batterijopslag) mee te laten wegen in de ‘epbd’ en nta8800. Daarmee wordt het aannemelijker dat thuisaccu’s in nieuwbouw opgenomen worden, waardoor de installatiequote mogelijk verder oploopt. Intelligente systemen kunnen bovendien een rol spelen in het ontzien van het elektriciteitsnetwerk. Het onderling afstemmen en verdelen van energiegebruik biedt de mogelijkheid om groepscontracten af te sluiten met energieleveranciers voor een lagere capaciteit dan wanneer alle woningen individueel zouden worden aangesloten.
De markt voor elektrotechnische installatie groeit harder dan andere segmenten
Deze ontwikkelingen samen leiden ertoe dat de installatiewaarde van elektrotechnische installaties in de woningnieuwbouw kan oplopen van 800 miljoen Euro in 2025 naar bijna 900 miljoen Euro in 2028 (op het niveau van de daadwerkelijke bouwkosten, prijsniveau van 2026). Een stijging van ruim 10% in drie jaar tijd.
Ter illustratie, de totale installatiemarkt voor woningnieuwbouw heeft in 2026 een waarde van ongeveer 2,3 miljard Euro. Ruim 28% daarvan is dus voor elektra, de overige 72% voor sanitair, klimaat, IT/communicatie en in het geval van appartementen ook voor bijvoorbeeld installaties voor liften.
De dynamiek in de woningnieuwbouw betekent verschuiving in opdrachtgevers
De nieuwbouwproductie in Nederland schommelt al enkele jaren rond de 70.000 opgeleverde woningen. Naar verwachting zal die productie de komende jaren wat groeien, waarbij recente ontwikkelingen (oorlog Iran en sluiting Straat van Hormuz) leiden tot hogere materiaalprijzen, hogere rentestanden en tot mogelijke uitstel of uitval van projecten. Dit kan de productie voor 2027 en verder drukken.
Sinds begin 2026 zijn er signalen dat de verkoop van nieuwbouw wat terugvalt. De onzekere globale en financiële tijden dragen bij aan de investeringsbereidheid van consumenten. Dit blijkt ook uit de meting van consumentenvertrouwen van het cbs. Daar staat tegenover dat het Kabinet Jetten plannen heeft om de commerciële verhuurder meer ruimte te geven om winst te maken. Dit zou moeten bijdragen aan de investeringen in woningen -en daarmee in de woningnieuwbouwproductie – vanuit het beleggerskamp. Dit is vooral een stutting van de bouw van meergezinswoningen op de middellange termijn. De vergunningverlening voor grote appartementsgebouwen loopt sinds de piek van eind 2025 wat terug. Het is nog afwachten of het tij met deze beleidswijziging gekeerd wordt.
In de vergunningverlening zien we de eengezinswoning weer uit het dal van de zomer van 2025 krabbelen. Dit zal eraan bijdragen dat de het aantal eengezinswoningen dat opgeleverd wordt de komende jaren op peil zal blijven.
Door en voor wie wordt er gebouwd?
De focus in de nieuwbouwproductie in Nederland de afgelopen twee decennia verschoven van eengezinswoningen die vooral in de koopsector beschikbaar kwamen naar meergezinswoningen die steeds vaker in de (commerciële) huursector worden aangeboden. Deze verschuiving vindt vooral plaats in de categorie opdrachtgevers die traditioneel als bouwers voor de markt wordt weergegeven. Daarbinnen kunnen we echter een steeds duidelijke splitsing aanbrengen van enerzijds de traditionele woonwijkbouwers en anderzijds de beleggers die gericht zijn op binnenstedelijke meergezinswoningen.
Naast deze categorie is de corporatiesector in Nederland relatief fors. Door financiële uitdagingen en aandacht voor verduurzaming van hun bestaande woningen, hebben corporaties niet zoveel kunnen bouwen als ze zouden willen. Toch neemt de productie voor corporaties de afgelopen jaren weer toe.
Tot slot is er een groep particuliere opdrachtgevers, dit zijn mensen die hun eigen woning laten bouwen. Doorgaans zijn dit de grotere vrijstaande woningen, waarvan er jaarlijks rond de 8.000 van worden opgeleverd. Er zijn vooralsnog geen redenen om aan te nemen dat de productie die vanuit deze groep geïnitieerd wordt zal dalen.
Waar wordt er gebouwd?
De verschuiving in de woningproductie van rijwoningen naar appartementen gaat vaak samen met de aanname dat de woningbouw steeds meer in de Randstad plaatsvindt, maar dat is niet of slechts beperkt het geval. Het is vooral de locatiekeuze binnen regio’s die is gewijzigd naar vaker en meer binnenstedelijk. Deze verschuiving leidt desalniettemin tot complexere bouwplaatsen en logistieke uitdagingen, maar ook tot een groter aandeel woningen die aangesloten worden op een warmtenet. De locatie van een woning is daarmee van invloed op het type installatie in de woning.
